Je recht om naar huis te gaan
Je werkgever moet je werk zo plannen dat je minstens om de 4 weken (soms 3) thuis of op de vestiging je weekrust kunt beginnen.
De regel
Sinds het Mobiliteitspakket I moet je werkgever het werk zo organiseren dat je binnen elke periode van 4 opeenvolgende weken kunt terugkeren naar:
- de vestiging van je werkgever waar je normaal gestationeerd bent en waar je week begint, of
- je woonplaats,
om daar een normale wekelijkse rust (minstens 45 uur) of een weekrust van meer dan 45 uur ter compensatie te beginnen.
| Situatie | Uiterlijk terugkeren na |
|---|---|
| Normale planning | 4 weken |
| Je nam twee verkorte weekrusten na elkaar | 3 weken |
Het Hof van Justitie heeft deze regel in oktober 2024 bevestigd: de klachten van enkele lidstaten tegen dit terugkeerrecht zijn afgewezen.
Jij kiest
Het is een recht, geen plicht. Je mag ervoor kiezen je weekrust ergens anders door te brengen, bijvoorbeeld op vakantie of bij familie in een ander land. Je werkgever moet dan wel kunnen aantonen dat hij de terugkeer mogelijk gemaakt heeft.
Tip: heb je zelf gekozen om niet naar huis te gaan, laat dat dan schriftelijk vastleggen (bijvoorbeeld een mail of een formulier). Zo vermijd je discussie, en je werkgever moet bij een controle toch bewijs kunnen tonen.
Hoe moet de werkgever dat bewijzen?
De werkgever moet documenteren hoe hij aan deze verplichting voldoet en die documenten bijhouden op zijn vestiging, zodat ze bij een controle getoond kunnen worden. In de praktijk gaat het om de tachograafgegevens, dienstroosters, reisbewijzen (bv. vliegtickets of busbiljetten) en verklaringen van de chauffeur.
Wie betaalt de reis?
De verordening zegt dat de werkgever de terugkeer moet organiseren. Wie de reiskosten betaalt en of reistijd als werktijd geldt, hangt af van je arbeidscontract, de cao en de nationale wetgeving. Kijk daarvoor in het hoofdstuk Regels per land of vraag het na bij je vakbond.
En de vrachtwagen? (8-wekenregel geschrapt)
Het Mobiliteitspakket verplichtte oorspronkelijk ook dat vrachtwagens in internationaal vervoer om de 8 weken naar het land van vestiging moesten terugkeren. Het Hof van Justitie heeft die regel op 4 oktober 2024 nietig verklaard. Die verplichting geldt dus niet meer. Jouw eigen terugkeerrecht blijft wel volledig van kracht.