Dagelijkse rust
Normaal 11 uur, of gesplitst 3 + 9 uur, en maximaal 3 keer tussen twee weekrusten ingekort tot 9 uur.
Binnen 24 uur
Binnen 24 uur na het einde van je vorige dagelijkse of wekelijkse rust moet je een nieuwe dagelijkse rust genomen hebben. Die 24 uur begint te lopen zodra je opnieuw aan het werk gaat (de tachograaf telt mee).
Drie vormen van dagelijkse rust
| Soort | Duur | Voorwaarde |
|---|---|---|
| Normale dagelijkse rust | Minstens 11 uur aaneengesloten | — |
| Gesplitste normale rust | 3 uur + 9 uur (= 12 uur in totaal) | Eerst het deel van minstens 3 uur, daarna het deel van minstens 9 uur |
| Verkorte dagelijkse rust | Minstens 9 uur, maar minder dan 11 uur | Maximaal 3 keer tussen twee wekelijkse rustperiodes |
Een verkorte dagelijkse rust hoef je niet te compenseren.
Voorbeeld gesplitste rust: je rust 3 uur in de namiddag, rijdt nog een stuk en neemt 's nachts nog 9 uur rust. Het blok van 9 uur moet wel binnen de 24 uur volledig afgerond zijn.
Met twee chauffeurs
Bij meervoudige bemanning (minstens twee chauffeurs, het eerste uur mag één chauffeur alleen rijden) moet elke chauffeur binnen 30 uur na het einde van zijn vorige rust een nieuwe dagelijkse rust van minstens 9 uur genomen hebben.
Waar mag je dagelijks rusten?
Je dagelijkse rust mag in de cabine, als het voertuig stilstaat en er een geschikte slaapplaats is voor elke chauffeur.
Op de veerboot of trein
Neem je je normale dagelijkse rust tijdens een overtocht met de veerboot of trein, dan mag die rust maximaal 2 keer onderbroken worden voor andere activiteiten (bv. op- en afrijden, douanecontrole), samen niet meer dan 1 uur. Je moet tijdens die rust toegang hebben tot een slaapcabine, bed of couchette.